Vertalingen uit het Portugees

allegorie

Wanneer ze naar beneden gaat om de vrouw uit de oude tijd te ontmoeten is de natuur vrolijk, maar voelt haar hart het tegendeel. Als droevige die op het punt staat tot melancholie te vervallen, scheidt ze zich af van de natuur en staat er tegenover. Terwijl het volop middag is en de zon hoog staat, aanschouwt het meisje twee fenomenen: de steen die het water scheidt en de nachtegaal die zingend sterft in zijn boom, waarop deze prompt zijn bladeren verliest. De plaats waar dit gebeurt, werd op de eerste pagina al aangekondigd, ‘een plek, waar mijn oog, in de vorm van dingen buiten mij, zijn eigen angsten kreeg gepresenteerd. Ook mijn oor kreeg zijn deel van de pijn’. In deze onheilspellende woorden wordt het allegorische procédé van het boek geëxpliciteerd: de gevoelens binnenin de geest worden gepersonifieerd en treden als personage op. De steen is net als haar ongeluk, zegt het meisje, en zoals deze op gewelddadige manier de stroming van het water verstoort, heeft haar ongeluk haar leven en geluk verstoord. Zelfs de levenloze dingen pijnigen elkaar. De steen is het symbool van de apathische, harde gevoelloosheid (Benjamin 1982: 133-134) van de melancholie, en verbeeldt hier haar eigen angst voor een eventuele apathie.

De nachtegaal heeft een lange literaire traditie, die begonnen is in de oudheid waar het nietige vogeltje zo in zijn gezang opging dat het zichzelf midden onder het zingen doodzong (Plinius de oudere). John Pecham (13e eeuw, professor in Parijs en aartsbisschop van Canterbury) maakte er een christelijk symbool van. Tijdens de aanschouwing van het lijden (passie) van Jesus Christus sterft zijn ziel van liefde (Martins 1975: 24-26). In de gezangen (‘lais’) van Marie de France (dertiende eeuw, Engeland en Frankrijk, beschermvrouwe van Chrétien de Troyes), die sterk beïnvloed zijn door het Bretonse materiaal, komt de ‘Lai du Laostic’ voor, waarin de door de jaloerse echtgenoot gedode nachtegaal de ongelukkige liefde tussen zijn vrouw en een andere ridder verbeeldt. Deze bewaart aan het einde van de gebeurtenissen de dode nachtegaal in een reliekschrijn en neemt hem als trofee mee op jacht. Een symbool van de vervulling van de liefde pas na de dood. De nachtegaal in Bernardim’s tekst verbeeldt de angst van het meisje, dat ze midden onder het zingen van haar ongeluk pardoes zal sterven. Behalve het feit dat ze hier op een subtiele manier naar het abrupte einde van het boek verwijst, presenteert het meisje de stervende nachtegaal als beeld van de uiterste consequentie van haar melancholie. De dorre boom is een beeld, dat bij vele auteurs en iconografen verrijst als de dood van de ziel, ten gevolge van de melancholie (Benjamin 1982: 134). Met de vele bladeren vallen haar eigen herinneringen mee; zelf loopt ze het risico te verdorren.

We hebben dus te maken met een ervaring van ballingschap, die de vertelster tot een afgrondelijk diepe melancholie brengt. De verslaglegging daarvan in dit boek heeft de bedoeling de val in die afgrond te voorkomen, al valt het opschrijven ervan het jonge meisje erg zwaar vanwege de intensheid van haar als redeloos ervaren verdriet.

71Het jonge meisje en de oude vrouw kunnen allegorische personifiëringen van verschillende gemoedstoestanden van de melancholie zijn. Maar tegelijkertijd moeten we vanwege de explicitering van de allegorie vaststellen, dat dit literaire procédé voor Bernardim Ribeiro niet meer vanzelfsprekend is. Indien we hiervan uitgaan moeten we wel zien vast te stellen welke gevoelens deze personages representeren. Vanuit wiens perspectief is de gehele tekst geconcipieerd? Het antwoord op deze vragen is erg moeilijk te geven, maar ik hoop een aantal elementen ter interpretatie te kunnen aandragen. Ik zal daarbij ingaan op de hoofse liefde, de melancholie, de jodenvervolgingen in Spanje en Portugal, de mystiek van de kabala.

(c) Ruud Ploegmakers 2017