Vertalingen uit het Portugees

Saudade

‘Menina e Moça’ is een klassiek werk van de Portugese literatuur geworden. De invloed ervan is te herkennen in een aantal gedichten van de jongere en grote tijdgenoot van Bernardim, Luís Vaz de Camões (1524-1580), één van de dichters uit de Zuid Europese renaissance die zijn relatie met de wereld karakteriseerde met het gevoel van ‘desengaño’ (ontgoocheling). In de Portugese romantische literatuur van Almeida Garrett (1799-1854) wordt uitvoerig aandacht besteed aan de biografische speculaties rondom de persoon van Bernardim maar ook aan de ‘saudade’. Het begrip ‘saudade’ speelt vanaf de romantiek bij deze beïnvloedingen een centrale rol. Men kan het woord misschien met ‘weemoed’ of ‘heimwee’ vertalen, maar ‘melancholie’ opent interessante perspectieven. We weten niet welke titel de schrijver zelf aan zijn werk gegeven heeft en de titels die het woord ‘saudade’ bevatten, zijn duidelijk niet van de hand van Bernardim Ribeiro. Enkele dichters van het zgn. saudosismo, een beweging rondom het tijdschrift ‘A Águia’ (1912-1930) dat een utopisch, religieus en nationalistisch karakter had, cultiveerden het gevoel van de ‘saudade’ en beriepen zich daarbij o.a. op de ‘saudades’ van Bernardim Ribeiro.

De notie van dit gevoel komt al vóór Bernardim Ribeiro’s ‘Saudades’ in de Portugese culturele geschiedenis voor. De Portugese filologe Carolina Michaëlis de Vasconcellos herkent het gevoel al in de middeleeuwse ‘cantigas de amigo’ (liederen over de minnaar). Ria Lemaire interpreteert de saudade in dit verband echter eerder als een hevig verlangen naar de minnaar en een oproep aan hem om vooral snel te komen (1987: 280-282) en niet zozeer als weemoed. Het refrein: “Minha saudade / quando vos veria” kan dan ook vrij vertaald worden met de woorden: Mijn lief, wanneer zie ik je?.

Dom Duarte (1391-1438), koning vanaf 1433, heeft in zijn ‘Leal Conselheiro’ (trouwe raadgever) een hoofdstuk aan de saudade gewijd. Volgens hem gaat het om een gevoel dat niets te maken heeft met het verstand. De rede kan wel ingrijpen, als het gevoel gaat overheersen. Hij waardeert het gevoel positief en negatief. Positief is het, wanneer men geniet vanwege de herinnering aan een afwezige dierbare. We zijn blij met de herinnering en ‘het vastberaden oordeel’ van de rede zorgt ervoor, dat we niet terugverlangen naar de vroegere staat. Saudade is negatief, wanneer de herinnering gepaard gaat met weerzin en verdriet, de rede het veld heeft moeten ruimen en we dus terugverlangen naar het vroegere geluk.

Het woord ‘saudade’ duidt tegenwoordig op een complexe, gecultiveerde ervaring van pijn: de herinnering aan een genot uit vervlogen tijden, die niet meer terugkeren; de pijn omdat men tegenwoordig niet genieten kan, behalve dan in de herinnering, en het verlangen naar een toekomstige terugkeer van het oude geluk. Ook een zekere wroeging hoort erbij, omdat men op het moment van bezit het geluk niet goed gekoesterd heeft (Vasconcellos 1922: 39, 76). De saudade werd door de koning niet al te positief gewaardeerd en is pas later, aan het einde van de zestiende eeuw, maar vooral rondom de eeuwwende van de 19e en 20e eeuw in de belangstelling gekomen.

Aan het einde van de zestiende eeuw blijkt uit een in 1593 geschreven brief van de graaf van Portalegre aan Dona Magdalena de Bobadilla over de vergelijking tussen het Kastilliaanse ‘soledad’ en het Portugese ‘saudade’, dat de notie van de ‘saudade’ bijna als een filosofie of religie tot het Portugese bewustzijn is doorgedrongen. Precies de funeste jaren waarin Portugal onder het juk van de Kastilliaanse koningen zuchtte en men behoefte had aan het benadrukken van de Portugese eigenheid tegenover Spanje (Vasconcelos 1922: 36, 53). ‘Saudade’ is dus ook een politiek beladen begrip.

De tekst van Bernardim Ribeiro stamt van vóór de ontwikkeling van de ‘saudade’ tot nationaal gevoel en getuigt zeker niet van een speciaal Portugees bewustzijn. De ‘saudade’ is niet het thema. Het jonge meisje plaatst haar boek in het teken van de ballingschap. Ze overweegt alles wat ze daarin gezien en gehoord heeft op te schrijven om zich te behoeden voor de val van de melancholie in de doffe apathie, een thema dat hoort bij de melancholie. Het verhaal over haar afwezige minnaar vindt zijn plaats binnen de ervaring van de ballingschap. Omdat zij hem haar minnaar noemt, zullen we nu eerst ingaan op de hoofse liefde, het in de zestiende eeuw al meer dan driehonderd jaar oude genre dat de auteur gekozen heeft om van zijn ervaringen te vertellen.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofse Liefde

(c) Ruud Ploegmakers 2017