Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 13

rose-18De draagstoelen met de twee zusters en alle andere mensen waren ondertussen ook daar aangekomen. Toen het gelaat van de ridder van de brug werd onthuld, drong tot iedereen door hoe knap en vooral hoe jong hij was en ze werden diep bedroefd vanwege het grote onheil dat hem getroffen had. Lamentor zag dat de schildknaap zich aan de voeten van zijn heer geworpen had en kreeg medelijden, want zoals hij hem tevoren op de brug tegemoet getreden was, leek de schildknaap hem welgemanierd en hoogstaand.

Hij liep op hem toe om hem te troosten, leidde hem weg van de plek waar hij lag te huilen en zei: ‘Is matigheid in zaken van nut al gepast, dan helemaal bij tranen, die immers geen nut hebben. Dan is matigheid nog veel meer vereist. Je moet nooit huilen, behalve wanneer het onvermijdelijk is. Uw heer is als een ridder gestorven. En daarom zeg ik, dat al wie om hem gegeven heeft, blij moet zijn en niet moet treuren, want zijn hart was zo hooggestemd, dat hij het niet verdroeg overwonnen te worden… en overwonnen te worden of niet is een kwestie van geluk!’

‘Dan treft slechts mij het ongeluk,’ sprak de schildknaap huilend, ‘ik blijf immers alleen achter. Maar ik vind het vooral erg, als ik bedenk om wie hij dit deed.’
Lamentor wilde meer weten en antwoordde: ‘Uit liefde gaan ridders vaak heel ver.’
‘Als ze er dan maar dank voor terugkrijgen.’ antwoordde de schildknaap, ‘Maar mijn heer hield zielsveel van een jonkvrouw, die zo mooi was dat hij alleen al daarvoor is gevallen. Maar zij heeft laten zien dat haar geestdrift niet voor hem bestemd was. Anderen uit haar huis zeiden zelfs, dat zij op de dag dat ze hem de termijn toestond, vele tranen heeft vergoten en dat ze de termijn nooit zou hebben gesteld, als haar vader, die terecht zeer op mijn meester gesteld was, zijn dochter niet had kunnen overhalen. En dat lukte hem pas op zijn sterfbed, na lang praten.

Copyright: Ruud Ploegmakers

Naar hoofdstuk 14

(c) Ruud Ploegmakers 2017