Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 17

aanbiedenhartTerwijl ze op de draagstoelen zaten te wachten, viel Belisa – zo was de naam van de zwangere jonkvrouw – in slaap. Ze werd ongemakkelijk wakker, liet haar blik op Lamentor vallen en legde in liefde haar armen om zijn hals en zei: ‘Zo heb ik u liever!’

Hij zag dat ze gedroomd had door het ongemak waarmee ze wakker was geworden en vroeg naar haar droom. ‘Ik droomde, mijn heer, dat u en ik met een draad met elkaar verbonden waren. Ik sneed hem door en zag u niet meer.’
Deze woorden konden Lamentor alleen maar door het hart snijden en dat bleek ook zo te zijn. Wat hij nu hoorde en wat hijzelf al gevoeld had, maakte hem intens bedroefd. Zijn ziel leek zijn ongeluk te voorvoelen. Het lukte hem niet dit te verbergen, want Belisa kende hem en ze sprak: ‘Uw gezicht verschoot heftig van kleur, toen ik dit zei!’

Vanwege haar zwangerschap wilde hij niet het risico lopen dat zij angstige gedachten kreeg en dus legde hij iets anders in haar woorden. En zo probeerde hij zichzelf en haar met deze woorden af te leiden: ‘Vrouwe, het doet me pijn het te zeggen maar ik moet bekennen dat ik ongenoegen voelde. Vergeef me, over u mag men dergelijke gevoelens niet koesteren, maar dromen komen uit de verbeelding voort. Ik vroeg me af waarom u me zei, dat u droomde dat u me niet meer zag, en dacht toen dat u mij en mijn geestdrift niet meer vertrouwde, terwijl u in beide, in uzelf en uw eigen geestdrift, toch zo standvastig bent’.

En om haar mond kwam een glimlach, genoeg om zijn ongenoegen weg te nemen, mocht hij dat gehad hebben. Ze kwam naar hem toe en zei: ‘Dan ben ik wel erg ver gereisd om dat wantrouwen te zoeken! Ik vergeef u, deze dag is al zo vol boze voorgevoelens. Er zijn immers vele rampen gebeurd.’

Met deze en andere beslommeringen brachten ze de dag door, zolang de zon scheen. De weerzin waarmee hij onderging zou groter zijn dan toen hij opgekomen was. Waarom, dat zult u nog horen.

koord

copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 18

(c) Ruud Ploegmakers 2017