Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 19

dreigendeluchtJonkvrouw Aónia begon bij deze woorden te wenen. Bilesa keek haar aan en kreeg ook de tranen in de ogen en toen ze haar iets wilde zeggen, liet de pijn, die nu feller was dan tevoren, het niet toe. De eerbare dame zag dat ze meer pijn had dan ooit en zei dat ze haar beter rechtop konden zetten. En toen haar zuster haar aan één kant probeerde te steunen, wendde Belisa zich tot haar met de woorden: ‘Ik weet niet of dit het zal zijn.’ Maar ze had nu zoveel pijn en de aanvallen kwamen zo snel achter elkaar, dat ze haar niet helemaal overeind durfden te zetten en zo kwam ze maar half overeind te zitten. Uiteindelijk ging het haar zo slecht, dat ze snel op de rand van de dood stond en nog maar nauwelijks kon spreken. Ze richtte haar blik op haar zuster en zei met grote moeite: ‘Roep hem nu, roep hem!’

Huilend liep jonkvrouw Aónia weg om Lamentor, die in een diepe slaap lag, te roepen en zei: ‘Wordt wakker, heer, wordt wakker, Belisa wordt u ontnomen!’ Lamentor stond snel op en greep zijn degen die naast het hoofdkussen lag. Maar toen hij zag dat ze allemaal huilden rond Aónia’s bed en Belisa, die tot borsthoogte overeind gekomen was alsof ze al half uit deze wereld was vertrokken, omarmden, liep hij op haar toe en zei:
‘Wat is er, vrouwe?’ Bij deze woorden stroomden zijn tranen over zijn en haar gezicht. Belisa hief met moeite een hand omhoog met de bedoeling met de mouw van haar hemd zijn ogen te drogen. Maar de hand volgde haar wil niet en viel neer. Ze richtte haar ogen tot hem op en zei slechts: ‘Voor eeuwig.’ En daarop sloot ze de ogen langzaam, alsof het haar grote moeite kostte hem zo achter te laten. Lamentor kon dit niet aanzien en viel aan de andere kant als dood neer en bleef zo lang liggen.

Kort daarop hoorde de eerbare dame geluid in het bed. Vermoedend wat het was, tastte ze en vond een nietig klein meisje en huilde hard. Met betraande ogen nam ze het in haar armen en zei:
‘Arm kindje, huilend om uw moeder bent u geboren. Hoe breng ik u groot, vreemde dochter in een vreemd land? Vervloekt zij de dag, dat we de zee verlieten om te land al die kwellingen te doorstaan!’ Maar wijs als ze was, gaf ze opdracht voor het kind te zorgen en nam zo deze hele zaak op haar schouders, want ze zag wel, dat Lamentor en de zuster een andere grotere taak hadden. En zo gaf ze bevelen voor wat gedaan moest worden en vooral voor alles wat hieruit zou voortvloeien.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 20

(c) Ruud Ploegmakers 2017