Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 23

We laten nu Lamentor en zijn daden voor wat ze zijn. Het waren er veel en ze vielen in het oog. Het belangrijkste om te onthouden is dat ze voortkwamen uit zijn liefde voor Belisa. Maar dit boek gaat over de twee vrienden en als ik me teveel uitput in andere verhalen zou ik hen ernstig tekort doen, want er is veel over hen te vertellen. Dus vraag ik nu uw aandacht voor de ridder.

Hij kon niet ver weg gaan, zo bedroefd was hij toen hij de tent verliet. Hij is van zijn paard gestapt en gaan zitten tegen de stam van een es, die daar vlakbij de rivier en de brug stond. Omdat hij meer op zijn gemak wilde nadenken, stuurde hij zijn schildknaap weg met de opdracht op een afstand bij de oever van de rivier zijn paard te laten grazen. In de staat waarin hij verkeerde, wilde hij niet dat de schildknaap hem zag, want deze zou immers een verdenking kunnen opvatten en die overbrieven aan Aquelísia.

Dat was de dame vanwege wie hij, zoals u al gehoord hebt, hier was gekomen. Al haar verwanten en bedienden waren haar zeer toegedaan en omdat zij hem in haar hart gesloten had, was het in hun ogen onvoorstelbaar, dat hij in zijn optreden jegens haar niet hetzelfde liet zien. Zo kwam het, dat zij met elk nieuwtje van wat hem overkwam, naar haar toegingen. Wat zij uit liefde voor hem deed, pakte voor haar soms slecht uit, want al had zij hem in haar hart gesloten, na een zekere tijd zou ze onvermijdelijk dingen te horen krijgen die haar pijn deden. En hij kon van zijn kant niet nalaten die dingen te doen, omdat hem weinig aan haar gelegen was. In feite werd dit alles uiteindelijk de oorzaak van haar trieste einde.

Met deze gedachten zat de ridder onderaan de es en liet alles langdurig in zijn verbeelding wentelen. De gedachte aan Aquelísia’s verlangen zette zijn wens haar te verlaten in een kwaad daglicht. Maar toen hij anderzijds bedacht wat voor een goede indruk Aónia op hem gemaakt had, vond hij het liefdeloos deze jonkvrouw uit zijn hart te bannen. Zo werd hij heen en weer getrokken tussen schoonheid en plicht en kreeg zijn hoofd geen rust. Tenslotte overwon wat hem het meest na stond. Mijn vader placht te zeggen, dat de plicht was overwonnen als iemand, die geen recht had op betaling in liefde en dat de schoonheid had overwonnen, als iemand die enkel de liefde als betaalmiddel erkende.

Van twee dochters was Aquelísia haar moeders liefste, de moeder hield meer van haar dan van zichzelf. Ze was mooi, maar heeft deze ridder zozeer aan zich verplicht met wat ze voor hem deed, dat hij bij haar diep in het krijt stond en zelfs niet meer de ruimte had om schatplichtig aan haar schoonheid te raken. Het lijkt erop dat zij zo erg van hem hield, dat zij niet kon wachten op de traagheid van zijn bij beetjes komende erkentelijkheid: ze gaf zich van meet af aan geheel aan hem. Zo werd hij schatplichtig en verzuimde zij hem het hof te maken. Armzalige jonkvrouwen, die denken dat als een man hen in zijn optreden het hof maakt, hij ook op hen verliefd zal zijn. Het omgekeerde is eigenlijk eerder het geval: mannen worden pas echt verleid wanneer ze denken dat ze verguisd worden: na één tedere blik volgen vele vermetele diensten. Dit zal wel in hun aard liggen, ze zijn nl. zo onbesuisd dat ze alleen op de hoeveelheid daden acht slaan. Wijzelf zijn teder van geboorte en doen de dingen anders.

Maar als de mannen samen met ons voor een tribunaal verschenen, welke argumenten zouden ze dan voor zichzelf aanvoeren? Liefde is toch niets anders dan geestdrift? Deze wordt niet gedwongen gegeven of verkregen. Maar tot ongeluk van de vrouwen of tot geluk van de mannen, het vonnis valt altijd slecht uit voor de geestdrift: ontwijkende bewegingen spreken de man aan en goede daden de vrouw. Dus hebben vrouwen slechts deze manier bij mannen liefde op te wekken: niet door hen verleid te worden. Maar de liefde, wie stelt haar wetten?

bomen donkerelucht

 

Naar origineel
Naar hoofdstuk 24

(c) Ruud Ploegmakers 2017