Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 24

RKKerkHeel deze ondankbaarheid – want dat is haar ware naam – heeft velen tot een noodlottig einde gebracht, zoals u zult zien in deze ridder, over wie we het nu hebben. En Aquelisia’s met opgeheven armen ten hemel gerichte smeekbeden om wraak waren niet vergeefs. Hij besloot tenslotte haar te verlaten, want hij vond niet alleen vrouwe Aónia de mooiste die hij ooit gezien had, hij dacht ook dat hij haar liefde sneller zou winnen omdat zij uit een ver land kwam en hier een vreemdeling was. Hoewel hij goed inzag dat dit ver gezocht was, was zijn hoop toen al zo sterk, dat zijn liefde voor haar zich erdoor bevestigd zag en zelfs toenam. Want net zoals de schaduw groter is dan het afdakje dat hem veroorzaakt wanneer de zon er pal bovenop schijnt, zo is het met degenen die liefhebben: wanneer de hoop, hoe klein ook, pal op het obstakel schijnt, dat tussen hem en de begeerde in staat, dan maakt het obstakel de liefde veel groter dan ze in feite is. Daaruit ontstaat dan later de kommer, die men met de dood of langdurige droefheid bekoopt. Zo was het gesteld met deze ridder.

Hij wilde alleen nog maar de schildknaap van zich vandaan houden en tegelijkertijd geen verdenking wekken over waar hij zich bevond, zodat hij in alle rust kon genieten. Hij verlangde temeer naar deze afstand, omdat hij wist dat de schildknaap veel verdriet zou hebben van zijn scheiding van Aquelísia. Hij was immers bij haar aan het hof opgevoed en door haar aan de ridder ter begeleiding meegegeven. De schildknaap placht steeds maar te herhalen dat hij met haar moest trouwen, want ze was van hoge geboorte en zou land erven, waar hij de laatste dagen van zijn leven zou kunnen slijten, wanneer hij niet meer in staat was met eer zijn wapens te dragen.

Terwijl hij er nog over nadacht, riep hij zijn schildknaap al bij zich en begon hem zijn besluit uitvoerig uit te leggen. Zo zei hij onder andere dat hij haar het nieuws van het niet volvoerde avontuur bij de brug liever niet zelf overbracht. Hij was immers uit liefde voor haar hierheen gekomen en dus was het beter, dat zijn schildknaap het bericht overbracht en zou zeggen, dat zijn ridder na zo’n tegenslag niet zelf de brenger van slechte tijdingen had willen zijn, want hij kon haar onmogelijk droevig nieuws brengen. Hij zou in het hier vlakbij liggende kasteel op de schildknaap wachten totdat deze terugkwam met het antwoord op de vraag of zij hem een ander avontuur wilde opdragen, omdat dit niet ten einde was gebracht. Zo vertrok de schildknaap, hijzelf en degene voor wie de boodschap bestemd was, bedrogen.

De ridder bleef alleen achter en bedacht hoe hij zijn naam kon veranderen, zodat niet bekend werd waar hij verbleef of waar hij naar toe zou gaan. Want in korte tijd was hij zo door de liefde bezeten, dat hij deels buiten zichzelf wilde treden. Toen schoot hem te binnen, dat een waarzegger hem ooit had gezegd, dat hij, als hij zijn leven en zijn naam veranderde, voor altijd bedroefd zou worden en hij dacht even beter na. Al snel schoof hij de voorspelling als onjuist terzijde maar wilde er tegelijkertijd niet helemaal tegenin gaan omdat andere voorspellingen van vroeger wel waren uitgekomen en zo kwam hij op het idee, dat als hij slechts de letters van zijn naam zou verwisselen, zijn naam zelf niet zou veranderen, zodat het lot niet zou worden uitgedaagd. Maar hij had niet door dat ook dit een misleiding van het lot was.

En terwijl hij zo in gedachten verzonken was, kwam een houthakker uit het bos over de weg die naar de brug voerde. Hij lag bovenop een lastdier, nauwelijks bedekt met een zadelkleed. Het zag ernaar uit, dat, terwijl hij naakt brandhout aan het hakken was geweest, een opvlammend vuur zijn kleding in brand had gezet. Hij had toen in een houthakkerpoging zijn kleren uit de vlammen te redden, niet opgelet en het vuur had een deel van zijn lichaam verbrand. En recht voor de ogen van de ridder ontmoette deze houthakker een andere, die naar het bos toeging en toen deze hem zonder brandhout zag aankomen, vroeg hij hem, waarom hij naar het bos was gegaan. De ander, de verbrande, gaf een kort antwoord: ‘Bin m’arder.’ De ridder dacht na over het barbarisme van de letterverwisseling in de uitspraak van de b in plaats van de v en van de n in plaats van de m (1). En het leek hem een wonder, want ook hijzelf was in brand gezet. En zo wilde hij voortaan heten.

(1) Bin m’arder = Vim m’arder = ik heb me zojuist gebrand. Binmarder is een verdraaiing van Bernardim.

Naar origineel
naar hoofdstuk 25

 


[1] Bin m’arder = Vim m’arder (Ik heb me zojuist verbrand); Zijn naam zal vanaf nu Binmarder luiden (een anagram van Bernardim).

(c) Ruud Ploegmakers 2017