Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 31

arcadia1

‘Denk over mij, vrouwe, wat u wilt. Hoe bedroefder u bent, hoe beter u de hele waarheid over mijn leven zult leren kennen, ook al zal ik haar niet zonder verweer vrijgeven.’

‘Hier doet u goed aan’, zo antwoordde ze, ‘want op deze manier durf ik het u ook beter te vragen, want ik ben u al zeer toegewijd. Het moet een erg droevig verhaal zijn, ik wil het later horen. Laten we terugkeren naar deze geschiedenis. Wanneer zij af is, zal onze droefheid haar wil met ons doen, want droefheid wil, net als plezier, verteld worden.

Het verhaal was als volgt: ik heb u gezegd, als u het zich nog herinnert, dat ik pas één lied kende, dat mijn vader van de min gehoord had. Ze hoorde het per ongeluk. Het was rustig aan het worden en de herder met de fluit zat al een tijdje op een hoger stukje van de oever van deze beek en keek naar de overkant, vanwaar de min hem toevallig ook zag. Hij speelde zachtjes, als het ware alleen voor zichzelf. En terwijl hij daar zat, kwam ineens een kudde koeien aangerend, door vliegen opgejaagd. Ze gingen aan hem voorbij naar het water om er tot aan de borst in af te dalen. Hij staakte zijn spel, keek eventjes behoedzaam om zich heen, zonder de fluit van zijn lippen te halen, waartegen hij tijdens het spelen rustte, als in vervoering. De min keek hiernaar en wilde hem al zeggen dat hij moest doorspelen, want ze had zijn spel mooi gevonden. Maar voordat ze dit kon zeggen, begon hij zachtjes te spelen, zodat de min zich inhield. Ze vond de muziek droevig en meer dan alleen maar een pastoraal melodietje en luisterde intens. Na lange tijd liet hij de fluit los en zong aldus:

groenrood

copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 32

(c) Ruud Ploegmakers 2017