Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 34

pauluspotterstierenAónia wist niet anders te doen dan nog maar eens te informeren of zij hem al vaker had gezien. De min vertelde toen dat die herder steeds opnieuw in de omgeving van deze huizen kwam en soms met de dienaren een gesprek aanknoopte en soms aan de oever van de rivier zijn vee hoedde. Ze zei dat dit de herder was, die door iedereen de herder van de fluit genoemd werd en dat iedereen hem kende. Aónia wist dat niet, want ze ging nooit de deur uit. Maar nu zette ze meteen al haar zinnen erop om uit te vinden hoe ze hem kon zien, zoveel medelijden kreeg ze toen ze van hem en zijn zang hoorde. En, aldus bedrogen door de valse sluier van medelijden, kon ze de hele volgende nacht niet slapen. Al had ze bij zichzelf nog niets uitgesproken en was ze onder dit verlangen nog tot geen besluit gekomen, binnen in haar woedde een hevig vuur.

En om dit eens en voor al te bevestigen gebeurde het volgende: het was nog niet echt ochtend toen de min van het meisje naar een veranda ging, die als een plat dak boven een deel van het huis lag en vanaf het begin als bergruimte ontworpen was. Ze zag de herder eenzaam aan de oever van de rivier staan, niet ver van de plaats waar ze hem de dag tevoren gezien had. Want daar stond de eik, waaronder hij was gaan zitten toen hij voor het eerst uit de tent was gekomen en waar hij de schim had gezien, zoals ik u verteld heb en daar is hij later komen te sterven. En het heeft er dus alle schijn van, dat zijn noodlot hem reeds toen daar naartoe leidde. Geen mens kan tegen zijn lot ingaan!

Zodra ze hem zag, rende de min meteen naar Aónia om het te vertellen. Zo’n grote haast gaf het lot toen de ramp al mee oftewel toen was het uur, dat niet uitgesteld kon worden, al aangebroken. En, zoals ik zei, hield ze zich bezig met huishoudzaken. Aónia stond op, wierp slechts één groot kleed over zich (want ze sliep nog altijd in een nachthemd), ging naar het platdak en zag dat hij zich gekeerd had naar de plaats waar zij stond. Maar toen Aónia op de veranda eerst naar zichzelf en daarna naar hem keek, bedacht ze meteen dat haar hoofd slechts met een nachtmuts bedekt was, zoals ze was opgestaan. En ofwel om te verhullen dat ze net was opgestaan, ofwel om niet slecht te lijken, wierp ze een mouw van haar hemd over het hoofd en bleef zo staan.

Ondertussen waren de grazende koeien op de kleine verhoging waar hij stond op hem toegelopen en terwijl ze daar op verschillende plekken graasden, kwam er van een andere kudde een grote en angstaanjagende stier aan. Hij loeide en wierp nu eens grond over zijn flanken en hapte er dan weer naar. Hij zwaaide zijn kop heen en weer. En toen hij bij de koeien van Binmarder kwam, begon hij zo wild met één van diens stieren te vechten, dat zij bang werd, al stond ze op veilige afstand. En aldus vechtende kwamen de twee stieren dichtbij waar Binmarder stond.

geschondenzand

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 35

(c) Ruud Ploegmakers 2017