Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 39

schalmei 1De herder met de fluit, die geen herder was, vond die nacht met een stuk hout dat hij gevonden had, een manier om naar de lichtkoker te klimmen. En hij was daar al voordat de min begon te zingen. Door de correcte uitspraak van de woorden merkte hij, dat zij uit dit land was en intelligent. Hierdoor werd hij al snel bang, dat als hij haar niet aan zijn zijde kreeg, zij een grote hindernis kon zijn. En hij beval zich aan het geluk aan. De min hield op met de verzorging van het kind, waarbij beide, zij en Aónia, veel geweend hadden. Nu zaten ze hun haar te kammen, althans volgens Binmarder, want hij kon binnenin niets onderscheiden vanwege een doek die voor haar bescherming voor de lichtkoker was opgehangen.

Toen het meisje verzorgd was, deden ze het licht uit en gingen beide slapen. En omdat de min vol verdenkingen was deed ze alsof ze sliep om Aónia te kunnen bekijken. En Aónia kon vanwege de liefde niet slapen en draaide in haar bed alsmaar op en neer van de ene naar de andere kant. Na een korte adempauze ademde ze in en slaakte dan een diepe zucht, alsof ze hevig vermoeid was vanwege alles wat ze zo zojuist gevoeld had. Lange tijd keek de min dit alles aan en Binmarder stond al op het punt af te dalen denkend dat iemand anders gezucht had, toen de min tegen Aónia begon te praten en ze sprak aldus:

‘Slaapt u niet, vrouwe Aónia? Wat houdt u uit de slaap? Ik begin steeds meer te denken dat onze komst hierheen uitsluitend tot rampen leidt, die het noodlot vanuit de achtergrond verordonneert. In het begin zijn ze niet meteen te herkennen. Ik vermoedde helemaal niet wat vrouwe Belisa zou overkomen, toen wij die ene nacht, toen iedereen al in slaap was, heel stilletjes op zijn gestaan en door de tuin met de sinaasappelboomgaard vol angst zijn weggelopen. De bomen stonden dichtbij elkaar en de duisternis was diep. U hield zich rillend van angst aan mij vast. En zo zijn we weggeglipt door het verborgen poortje, dat in het donkerste gedeelte van de tuin lag. Achter het poortje stond Lamentor. Hij wachtte al een hele tijd op ons, geheel vervuld van zo’n overspannen verwachtingen, dat ze uiteindelijk slechts hoop en niets meer konden zijn. Daarom past het iedereen, maar in het bijzonder edele vrouwen, die het meeste risico lopen, om al vanaf het begin de blik te richten op de afloop, want in het begin kun je nog aan alles gemakkelijk weerstand bieden.’

‘Er zijn veel rivieren, die op de plek van hun oorsprong met één voet kunnen worden tegengehouden of een andere kant op kunnen worden geleid. En in het midden van hun loop, wanneer ze aan kracht gewonnen hebben, zal de hele wereld te zamen hun loop niet kunnen stoppen of verleggen; het ene water zoekt het andere op, de ene fout roept de andere op. In een korte tijd groeien ze zo hard, dat je ze later niet meer kunt tegenhouden. Iedereen zou moeten stilstaan bij de vraag of wat hij doet of besluit oprecht is en hem past. Als het goed afloopt, zal niemand hem verachten; en zo niet, al veracht men hem dan (wat vaak voorkomt, het is doodzonde maar zelfs bedoelingen worden beoordeeld op hun resultaat), dan hoeft hij zichzelf tenminste niet te beklagen.’

geschondenzand

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 40

(c) Ruud Ploegmakers 2017