Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 41

minnezang2Hoe Binmarder die hele tijd heeft doorgebracht weet alleen God. Toen hij alleen maar stilte hoorde, wist hij niet wat hij moest doen. De woorden van de min deden hem pijn vanwege de schade die hij ervan vreesde en dat verduisterde zijn gedachten. Hij wist niet hoe hij het zwijgen moest uitleggen. Peinzend over wat het zou zijn, bleef hij daar staan tot de heldere ochtend hem er tegen zijn zin weghaalde. Maar ver weg kon hij niet gaan. Van zijn smarten wil ik u niet vertellen. Hij was een man en zou er mee om kunnen gaan. Maar acharme Aónia, de goede woorden van de min hadden geen andere bedoeling dan haar voor hem te behoeden. Van haar zal ik u wel vertellen.

In de ochtend stonden ze op en de min lette scherp op Aónia. Maar toen ze haar vroeg of zij had gehoord wat ze de vorige nacht had verteld, ontkende Aónia dat met luide stem en omdat ze nog jong was en door de min vol liefde gezoogd was, geloofde deze haar onvoorwaardelijk. De rust die Aónia opzettelijk vertoonde, bevestigde dat en heel het gebeurde leek de min nu onbelangrijk. Ze dacht dat het de onrust van jonge meisjes was, die soms uit jeugdigheid dingen pardoes doen die ze later, ook al is het verlangen sterk, niet meer zouden doen. Nadat de min overtuigd was, zette ze zich aan haar dagelijkse bezigheden, die vele waren want het huishouden rustte op haar schouders.

Hierdoor kreeg Aónia tijd en gelegenheid in overvloed om te doen wat ze wilde en zo zorgde ze ervoor, dat Binmarder zeker van haar gevoelens werd. De deur van de kamer was op slot en eerst wendde ze voor niets te doen. Toen stapelde ze vele kisten op elkaar en klom naar de lichtkoker en ze zat er nog maar net of ze zag Binmarder, die niet ver weg was maar ook weer niet zo dichtbij dat hij haar meteen zag, waardoor hij een tijdje stilstond om beter te kunnen kijken naar wat hij zag. Zij kon deze vertraging moeilijk verdragen en wierp een mouw van haar hemd uit de lichtkoker en riep hem op deze manier. Hij kwam er snel aan en toen hij haar zag, kreeg hij geen woord over de lippen. Aónia was vastberaden en durfde als eerste te praten, maar ze zei niet wat ze had willen zeggen, want ze durfde haar schaamte niet zo duidelijk op te geven.

Ze veranderde dus wat ze zich had voorgenomen te zeggen in wat haar zomaar te binnen viel en zei: ‘Loop je hier elke dag, herder?’
‘Die lichtkoker er ’s nachts toch ook, vrouwe?’, antwoordde hij. Aónia begreep de stille wenk en zei hem heel zachtjes:
‘Ja…’minnezang4
Ze ondersteunde haar woorden door meteen daarop de ogen neer te slaan. Die waren dus, terwijl ze dit zei, geheel op hem gericht geweest. En als ze dit niet gedaan had, had Binmarder haar niet begrepen. Hij antwoordde haar echter niet, want zij ging naar beneden, omdat ze dacht dat er aan de deur van de kamer gerammeld werd. Ze zette alle kisten weer op hun plaats en maakte de deur open. Ze trof niemand aan en wilde al weer naar boven klimmen, toen de min er met andere hofdames aankwam en zo ging die hele dag voorbij, zoals alleen God weet. Maar ze had meteen al begrepen, dat de woorden die de herder had gesproken de bedoeling hadden dat zij ook ’s nachts naar hem uitkeek. En met deze hoop bracht ze de hele dag door. En ook Binmarder bracht de dag door met zijn hoop, die hij putte uit haar laatste woorden, toen ze meer met haar blik dan met haar stem gesproken had.

copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 42

(c) Ruud Ploegmakers 2017