Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 43

man leunend003Binmarder bleef tot aan de ochtend bij de lichtkoker. Hij was volledig in beslag genomen geweest door de woorden die Aónia bij het weggaan gezegd had en door de manier waarop ze ze gezegd had. Beide dingen lieten hem niet met rust, waardoor hij zelfs het voortgaan van de tijd vergat. Maar hij had de vorige nacht niet geslapen, noch de dag die erop volgde. Het was net alsof een deel van zijn liefdeskommer was ingeslapen, niet opdat hij ervan verlost zou zijn, maar zoals dat pleegt te gebeuren met iemand, die het verlangen in zich draagt maar er in feite zelf door gedragen wordt: hij kan niet rusten, maar wordt tegelijkertijd toch op een of andere manier gerustgesteld en slaapt in alsof hij het verlangen heeft vervuld (dan kunnen we dus niet zeggen, dat het verlangen minder is, want het wordt juist groter), zo was het met Binmarder: gedeeltelijk uitgerust, gedeeltelijk ontevreden, raakte hij zo vervoerd in zijn liefde, dat na de slaap zijn voeten en zijn handen verlamd waren. Hij viel op de grond en de paal met hem.

Tijdens de val kwam dat deel van zijn gezicht dat naar de wand gekeerd was, vol bloed te zitten, zodat hij dagen erna nog pijn had. Maar de afloop van grote dingen is altijd een groots ongeluk, zoals u hier zult zien, want die val was er voor Binmarder de oorzaak dat hij zag wat hij anders wellicht nooit gezien zou hebben. Maar het verhaal zegt, dat de min vanwege het kleine meisje niet kon slapen, en zo weldra de harde dreun zou horen. Aónia sliep niet, hoorde het ook en snapte meteen dat het was, waar ze bang voor was, maar ze liet niets merken, want ze was bang dat de min haar zou ontdekken. Maar deze koesterde wat Aónia betreft geen enkele argwaan en dacht aan iets anders, dat het nl. iemand van de bouw was, want daar liepen er veel van rond en ze zou gelukkigerwijs gaan kijken op de bouwplaats wat ze daar ’s nachts deden.

Ze wist heel goed waartoe het lef van mannen ’s nachts in staat was. En nog voordat het ochtend was ging ze op de bouwplaats kijken en vond tekens die haar verdenking bevestigden. Daarop beval ze meteen dat de lichtkoker met stenen en kalk werd dichtgemetseld. Ze vertelde alles, zoals zij het zag, eerst aan Aónia, die haar met grote smart aanhoorde. Ze zal, zo veronderstel ik, meer energie hebben moeten steken in het verhullen voor de min dan in haar lijden zelf, want lijden doet men uit eigen wil en verhullen tegen zijn wil.

Bosgrond

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 44

(c) Ruud Ploegmakers 2017