Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 45

A-caccia-damoreNadat Lamentor Aónia toestemming voor de reis had gegeven, vertrokken ze. Ze konden hem te voet goed afleggen en kwamen bij de berg. Enis ging naar Aónia toe en zei haar, dat het hier was, want dat hadden ze afgesproken. Aónia deed toen alsof ze moe was. De min zei terstond, dat ze even moest rusten, maar deze keer vond Aónia geen middel om weg te glippen en naar Binmarder te gaan. Enis ging naar hem toe.

Op de terugweg hielden ze zich op dezelfde plek lang op. Aónia vond een voorwendsel om achter de huizen langs te gaan en ze nam Enis mee. Zo kreeg ze enkele momenten om binnen te gaan waar hij, tegen de andere wand lag te huilen, omdat hij Aónia toen ze op de heenweg langskwam niet had gezien, ondanks het feit dat hij zelf best had kunnen opstaan.

Omdat hij deze kans gemist had, was hij bang ook de kans op de terugweg te missen, want hem was het ene kwaad nooit zonder het andere overkomen en zo bevond hij zich in hevig geweeklaag in zichzelf. Toen Aónia binnenkwam, wachtte ze even en merkte dat hij zachtjes huilde en zuchtte, alsof hij zichzelf inhield. Zij wilde weten waarom hij dit deed, want nu wilde ze alles van hem weten. Daarom wachtte ze nog even langer, maar in hem kwamen meer overwegingen op die het huilen eer verergerden dan verminderden.

Aónia ging op de rand van zijn armzalige leger zitten, legde haar hand op hem en wilde iets zeggen, maar de moed ontbrak haar. Toen Binmarder zich omdraaide en haar zag, ontviel hemCoeurEpris1Deta ook de zijne. Zo zaten ze beide een hele tijd, zonder iets te zeggen, hij met de ogen op Aónia gericht en zij de ogen op de grond, want toen Binmarder zich omdraaide, voelde ze schaamte. Terwijl de aarde haar blikken zo opving, werd haar mooie gezicht bedekt door een heel bovenaardse kleur. Mijn vader zei vaak – dit verhaal was immers in zijn tijd gedeeltelijk al bekend – dat hij dacht dat die kleur er alleen maar gekomen was om Aónia naar Binmarder toe te helpen, zo mooi had hij haar gemaakt. Terwijl ze allebei in hun gedachten stil bleven en afwezig waren, kwam Enis gehaast naar de deur om te zeggen dat de anderen al wilden gaan en haar hadden opgedragen haar te roepen.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 46

(c) Ruud Ploegmakers 2017