Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 56

tumblr_m3c23s7ck81rul442o1_400_1_In zijn droom zag Avalor een meisje aan komen lopen, dat zo broos was dat ze niet lang meer leek te zullen leven. Ze liep met trage passen op hem toe, pakte zijn hand, hield hem vast en zei:
‘Ridder, je zult weten dat er een wil bestaat, die door kracht van de liefde wordt geschonken, en een andere, die door liefde wordt afgedwongen. Het zou als volgt kunnen zijn: als er een belegerd kasteel was dat zich overgaf aan de veroveraar omdat het niets anders meer kon en een ander kasteel dat zich overgaf alleen maar omdat het zichzelf wilde schenken, dan zouden we niet ontkennen dat beide dat niet uit de wil om zich over te geven deden.’

‘Maar we zouden ook zeggen, dat aan het eerste de wens, die in de wil resulteerde, werd afgedwongen en dat aan het andere nou juist de wens zelf de wil heeft afgedwongen. Dit is het verschil waaraan jij denkt. Als je dit hardop tegen jezelf zegt, ben je in staat tot grote dingen in de plaats van kleine. Die ene heeft jou genomen, aan Arima heb jij jezelf gegeven. De één houdt je lichaam gevangen en de andere, of je het nu wilt of niet, zal voorwaar jouw lichaam én jouw ziel voor altijd gevangen houden. Niet alleen om je dit te zeggen ben ik op weg gegaan, vanwaar ik ben vertrokken, maar ook om je voor Arima te behoeden.’

In zijn droom stond Avalor op het punt haar te vragen, hoe het kwam dat zij zo mager was (uit medelijden met haar schoot hem niets anders te binnen) en zij antwoordde: ‘Je moet de reden niet willen weten, want mocht je hem kennen, dan zul je nooit meer vrolijk zijn. Wij, geesten, worden geschapen als de wil van diegenen van wie we moeten zijn. En nu je het me vraagt, weet dan dat de wil van Arima zeer beslist is. Nog niet in mijn stoutste dromen had ik je dit willen zeggen, want voortdurend ben ik me ervan bewust, dat jou de gedachte gegeven is, dat wat je in dromen pijn lijkt te doen, voor jou waarheid zal zijn!’ En ze riep luid ‘Ach’ en verdween.

stormstrand_2

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 57

 

 

(c) Ruud Ploegmakers 2017