Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 57

CoeurEpris1DetaHierop werd Avalor wakker. Hij zag dat het een heldere ochtend was en zijn bed was vol van de tranen, die hij gehuild had uit medelijden met dat meisje uit zijn droom, dat, broos als ze was, in het ontbinden van haar vlees niettemin een schaduw van schoonheid bezat die daar alleen maar kon zijn achtergebleven vanwege talloze andere dingen, die haar al waren ontvallen. En net wakker, dacht hij aan haar en zijn ogen vulden zich weer met tranen. Maar pas later, in de eindeloosheid der tijd, heeft hem dit werkelijk pijn gedaan. Op dit moment echter heeft hem slechts het nadenken bezig gehouden over wat zij hem over de liefde gezegd had. Dat verwonderde hem zeer en hoe meer hij erover dacht hoe meer het hem waar leek.

Geheel in beslag genomen door deze gedachte, heeft hij één ding zojuist duidelijk bevestigd gezien, nl. dat die onterfde dame (want zo werd ze toen genoemd) hem slechts in gedachten kwam wanneer hij haar wilde bezitten en dat hij op zo’n moment slechts nadacht hoe hij haar kon bezitten. Maar daar de onterfde dame zijn verbeelding geheel in verwarring bracht, kon hij zelfs toen nog niet helemaal het idee bevatten dat hij haar voor een ander zou verlaten. Maar in feite was zijzelf het enige obstakel en daarom duurde het zo kort als het duurde. Als je van iemand houdt, omdat deze van jou houdt of de middelen in het leven roept waardoor ze van je houdt, dan zal je al snel ophouden van die ander te houden omdat net zoals de middelen, ook zij je ontvalt. Maar wie bemint alleen omdat hij het wil of vanwege de persoon die hij bemint, aan hem kan nooit de liefde ontvallen en als het omgekeerd lijkt, dan doet de liefde een stap opzij, maar ze trekt zich nooit terug.

rose-12Maar zoals ik al begon uit te leggen, gaf Avalor voorlopig voldoende om de onterfde dame om niet op de gedachte te komen dat hij haar zou kunnen verlaten en zag hij, als melancholicus van huis uit, zichzelf tegelijkertijd vervolgd door de herinnering aan Arima. Hij besloot dus voorlopig niet naar het paleis te gaan. Op deze manier meende hij tot een beslissing te kunnen komen. Zo bracht hij een dag door en nog een. Maar toen de volgende kwam en hij in bed lag te denken waaraan hij onophoudelijk moest denken, kwam door de deur van zijn kamer een bevriende ridder binnen en zei dat hij meteen moest opstaan: ze zouden naar het paleis gaan omdat de koning en de koningin met het hele hof vertrokken naar een stadje in het binnenland en alles was al voor het vertrek gereed.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 58.

(c) Ruud Ploegmakers 2017