Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 59

Liebesgarten_mit_Schachspielern‘Vrouwe, dat dacht ik ook’, antwoordde hij haar. ‘Het was alleen maar de bedoeling om tot even buiten de stad te gaan. Maar zelfs nu we zover zijn gekomen, ben ik niet verder gegaan dan mijn bedoeling was, want tot hier toe heeft het me heel kort geleken.’
‘Kort zou het me ook geleken hebben,’, antwoordde ze hem, terwijl ze al aanstalten maakte af te stappen, ‘als ik niet met u was gekomen.’ En ze stapte af. Hierdoor kreeg Avalor geen tijd om te antwoorden, maar hij was er ook niet toe in staat, al had hij de tijd wel gekregen. Hij was zo verlegen geraakt met dat antwoord, dat hij er nauwelijks aan dacht afscheid te nemen, als zij er niet aan gedacht had, want omdat het al avond was, was het ridders verboden van het paard te stappen.

Avalor keerde terug, maar niet waarlangs hij gekomen was, want hij raakte in de donkere nacht de weg kwijt. Maar eigenlijk denk ik, dat het hem goed uitkwam om minder op te hoeven letten en om zo, door eigen gedachten in beslag genomen, aan te komen waar de weg hem heen voerde. Want als hij de goede weg had genomen, was hij misschien ook niet aangekomen. Maar tijdens zijn dwaaltocht, schoten hem slechts die plekken te binnen die hij volgens zijn herinnering onderweg had moeten zien en hij klampte zich daaraan vast in plaats van de weg die hij feitelijk ging. Zo bedrogen of getransporteerd, bleef hij op verschillende plaatsen hangen, waardoor hij de volgende dag pas toen de zon al hoog aan de hemel stond, aankwam op de plek vanwaar hij vertrokken was. Hij heeft die nacht zoveel gezworven, dat hij niet alleen de weg is kwijtgeraakt.

Toen hij terugkwam, had het hof zich al in die andere stad gevestigd. Hij kwam daar aan en ging de volgende dag meteen naar het paleis van de prinses. Slechts door één verlangen gedreven, was hij er al, hoewel het nog niet het moment was om naar binnen te gaan. En de prinses wilde aan tafel gaan. Nadat al haar hofdames, jonkvrouwen van koninklijk bloed en hoge stand ­- ze stond als dochter van de koning immers hoog in de achting – allemaal zo snel ze konden gekomen waren, zag Avalor na een hele afstand pas op het allerlaatst Arima aan komen lopen. Hoe langzaam ze ook liep, hem ging het toch nog te snel. Maar Avalor had als enige deze indruk. En toen zij hem opmerkte, kwam ze naar hem toe en hij heette haar welkom, alsof hij haar tijden niet gezien had. En, dichtbij staande, half in zijn blikveld, vroeg ze hem zachtjes:troubdours-noble

‘Waar bent u zo lang gebleven, Avalor?’
‘Ik heb op de heenreis, toen ik u achterliet, zo naar u omgekeken, vrouwe’, antwoordde hij, ‘dat ik de weg ben kwijt geraakt toen ik terugging.’
‘Dat is grappig’,  zei zij hem hierop, ‘Ik dacht dat alleen ik iets kwijtraakte, toen u mij verliet.’
Deze woorden, die zij uit hoffelijkheid sprak, vleiden Avalor en brachten hem zo in vervoering dat hij haar bijna zijn wil onthulde en als dit niet de ongepaste plaats was geweest, had hij het haar ook echt gezegd. Maar gezien wat er daarna met dit voornemen is gebeurd, bleek dat hij nu niet het hart had, zoals ze zeggen.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 60

(c) Ruud Ploegmakers 2017