Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 60

BanqueteDe tafelgenoten stonden op en een andere dame, een grote vriendin van Avalor, kwam eraan en gedrieën brachten ze de tussentijd tot aan het moment van terugtrekken met andere zaken door. Maar dat moment liet nog lang op zich wachten, zo lang dat hij bijna is weggegaan, want het wachten belastte zijn gemoed meer dan ooit. Immers, nadat Arima hem eerder die vleiende woorden gezegd had, constateerde hij nu dat ze in alles wat ze zei, ondubbelzinnig was ofwel dat ze er in ieder geval geen andere gedachten bij had.

Hierdoor kreeg hij het vermoeden, dat haar eerdere woorden slechts een perfecte uiting van goede manieren van haar kant waren geweest. Ze was een dame, zo volmaakt en edel in alles waar haar aandacht zich op richtte als hij nog nooit gezien had. Dus, als zij dat gezegd had met de intentie die hij erin wilde leggen, zo bedacht Avalor toen hij alleen was, dan had zij het erop toegelegd, dat hij het, in de aanwezigheid van die andere dame, door half bedekte toespelingen zou hebben ontdekt. Want hij wist maar al te goed dat een reeds uitgesproken gevoelen later nauwelijks nog verhulling veelde.

Maar toch wilde noch kon hij het nu al laten zichzelf te bedriegen naar aanleiding van haar woorden die hij ten gunste van zichzelf uitlegde, en hij besloot het haar te zeggen, zodra hij haar zag. Vastberaden ging hij ’s avonds naar het paleis terug en zag haar niet. En de volgende dag keerde hij terug en zag haar aan komen schrijden op dezelfde manier als de vorige dag en die zachtheid van tred na de haast van de andere dames kwam hem toen voor als zo iets nieuws, alsof hij haar nooit zo had zien binnenkomen en hij begon haar te bekijken. Zij had namelijk dit ene speciale, dat ik van andere dames nooit heb horen zeggen: al had ze iets al vele malen gedaan, telkens wanneer men het haar zag doen, leek het voor wie naar haar keek, of het de eerste keer was. En met diezelfde verwelkoming, die nooit meer uit Avalor’s geheugen verdween, kwam zij ook nu naar hem toe.

roman_roseMaar van al datgene, waartoe hij zo vastbesloten was, zei hij haar ook deze keer niets, al verkeerde hij nu langdurig in haar gezelschap. Het leek hem echter zo kort, dat hij bij het weggaan dacht, dat het vanwege de schaarse tijd was, dat hij haar niets gezegd had. Niettemin kwam hij vele malen bij haar terug om met haar te spreken zonder haar ooit iets te verklaren. En de ene keer vond hij het ene voorwendsel het haar niet te zeggen en de andere keer weer een ander. En wanneer hij geen andere toevlucht meer vond, dan verliet hem nooit dit voorwendsel, nl. dat de tijd hem had ontbroken.

Copyright: Ruud Ploegmakers

Naar Hoofdstuk 61

(c) Ruud Ploegmakers 2017