Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 62

man leunend002Nu keert het verhaal terug bij Avalor, die aan het einde van het jaar uitgeput was. Vond hij voorheen telkens iets om met Arima over te praten, nu was het allang zo, dat alles hem ontvlood, als hij in haar gezelschap was: en zodra hij haar zag, was hij niet meer zichzelf. Zeker is, dat, toen zij een keer in de grote hal was met al haar hofdames en vele ridders en ze zich vermaakten, hij zich aan de zijkant een plaats gekozen had, alleen, zijn ogen op die plek gericht waarlangs zij zou komen, als ze kwam. Want hij verloor de hoop niet, zelfs niet op dit late tijdstip, wanneer men haar gewoonlijk al verliest. De zijne was juist groter geworden. Wat hij voor haar wilde, was anders dan het goede dat de andere ridders haar wensten en zodoende, lijkt het, was de aan hem gegeven hoop anders dan die men gewoonlijk koesterde.

Toen hij dan zo tegen een wandkleed geleund stond, zag hij Arima komen. En omdat hij de kracht niet besefte van de grote last voor zijn ogen of haar niet kon verdragen, zoals ze zeggen dat hij zelf later beweerd heeft, is hij neergevallen. En omdat hij langer van lichaam was dan enig ridder zijns gelijke, viel hij hard neer, zodat  zijn val in de hele hal weergalmde. Er waren daar enkele mensen, die de waarheid vermoedden, maar ze waren met hun eigen besognes bezig: hun vermoedens werden niet aangewakkerd.

Maar niet lang daarna kwam hieruit heel het lijden en heel de schade voor Avalor voort. En omdat er geen kwaad is, dat zijn weg niet vindt naar degene, naar wie het komen zal, is het toen gebeurd, dat bij een met Avalor bevriende dame een ridder van hoog bloed maar lage gedachten stond, in wie alle latere schade zijn oorsprong had.IMG_0370

copyright: Ruud Ploegmakers

Naar hoofdstuk 63

(c) Ruud Ploegmakers 2017