Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 63

rose-23Die dame was dus een grote vriendin van Avalor en pleegde hem steeds met berichtjes te verblijden. Ze liet hem via een page vragen, hoe het kwam dat hij in zijn volle lengte gevallen was, en wel zo hard dat het gedreund had. Avalor antwoordde haar: van de kommer. En de ridder zag toen zijn verdenking bevestigd en zei even later dat Avalor in het geheim Arima diende en dat hun beider vriendschap geveinsd was.

Dit werd op zo’n manier gezegd, dat Arima het te weten kwam. Maar omdat zij van haar eigen bedoelingen zeker was en van die van Avalor nog niets wist, besteedde ze er in het begin weinig aandacht aan en hield het voor geroddel. Maar niettemin, wanneer verdenking eenmaal in iemand is geplant, raakt hij nooit helemaal weg, en al hechtte Arima er geen geloof aan, ze werd wel aangespoord eens beter te kijken naar de daden en woorden van Avalor. Want die waren voor wie ernaar keek, duidelijk.

En inderdaad, toen zij keek, zag ze dat Avalor genoot van haar nabijheid, zweeg, wanneer hij kwijt raakte waarover ze spraken, en soms zichzelf verloor. Hij kon nooit goed afscheid nemen of zijn ogen van haar aflaten, of hij bekeek haar heimelijk en klaagde nooit over haar. En, apart van dit alles, was daar zijn manier van lopen, zijn voortdurende gepeins, en ook wanneer hij temidden van velen sprak bleef hij soms in zijn woorden steken, tot hij al snel in vervoering stilviel… Ze zag ook hoe Avalor alles wat van haar was, opmerkte, dat de prinses nergens naar toe kon gaan, of hij was al op die plek waarheen haar eigen gedachten alleen nog maar neigden. En dat hij telkens, waar zij ook ging of was, net deed alsof hij daar toevallig bij haar was en hij was hierin zo constant dat hij haar, omdat zij erop lette, in twijfel bracht of het toevallig zo trof of willens en wetens bedoeld was.rose-11

Maar hij deed het steeds en dus kon het geen toeval zijn. Zij lette vooral op de afzwakking van de geruchten die voorheen zo levendig de ronde pleegden te doen over zijn liefde voor de ‘onterfde dame’, dat men over niets anders fluisterde. En soms, zo nu en dan, ging Avalor in het schijnsel van deze meningen staan, alsof hij valse veronderstellingen, die verloren gingen, wilde schragen om hiermee andere waarachtige te verhullen. En ook leek het Arima, dat hij wist van wat ze haar hadden gezegd over zijn geheime dienstbaarheid aan haar en dat hij het daarom zo deed. Maar in werkelijkheid wist hij dit niet.

Copyright: Ruud Ploegmakers
naar hoofdstuk 64

 

(c) Ruud Ploegmakers 2017