Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 64

rose-20Al deze dingen en andere, waarvan in dit boek niet verteld wordt, brachten Arima lange tijd in vele en uiteenlopende twijfels, want ook haar viel het uiteengaan van deze vriendschap zwaar. Tot zoveel is de liefde in staat. En uiteindelijk, toen zij op een keer in het venster stond, wilde het toeval dat Avalor over de veranda liep, waarop dat venster uitkeek. Hij zag dat ze alleen was en met de rug naar hem toe stond, hield zijn pas in en zonder iets te doen begon hij haar te bekijken. Hij dacht, dat als zij hem niet zag, hij enkele momenten kon stelen om beter naar haar te kijken. Want andere keren wanneer hij haar in publiek zag, kon hij haar niet zoveel bekijken als hij wilde: hij nam altijd afscheid door met veel omhaal naar haar te kijken, zodat hij bij het weggaan de indruk wekte dat hij haar nog nooit had gezien. En behalve dat deze zaken nu eenmaal zo verlopen, kwam daar nog bij dat er verlangen in het spel was. En dan wordt de diepste wens, zodra hij is bevredigd, groter. Het is niet zoals de wil, die zich terugtrekt, nadat hij tevreden is gesteld.

Maar Arima wist dit heel goed en toen ze hem zag komen, veinsde dat ze hem niet had gezien om zo te weten te komen waar dit op uit zou lopen. En ze besloot zich rustig te houden zonder iets te zeggen, het enige wat ze kon doen in haar verlangen om de dingen van Avalor en zijn verheven geheim te leren kennen.

En nadat ze hem zo een lange tijd had laten staan, voelde ze zijn stille blikken in haar rug steken, zodat ze goed besefte dat zijn vriendschap niet geveinsd was. Ze wendde haar door een teder vuur ontvlamde gelaat naar hem toe en hield zonder boosheid te tonen haar ogen enkele momenten op hem gericht. Toen liep ze weg, maar zei haar blik en wel gevormde lichaam al bijna afgewend: ‘Ofwel hebt u mij al oneervol behandeld, Avalor, ofwel staat u op het punt het te doen.’

Ze ondersteunde deze woorden met de ernst van een beledigde houding en trok zich helemaal terug. Terwijl ze kalm wegschreed, scheen ze in haar gang waarachtig toe aan Avalor. U kunt zich voorstellen hoe hij zich voelde. Ik ben niet in staat u dat te zeggen. Om de pijn te vergroten keek hij tot de laatste stap naar haar heengaan.

Hij raakte zo gekwetst door haar woorden, datrose-04 hij de hele nacht als bezeten bleef staan en er was meer gebeurd als er niet een goede vriend van hem was langsgekomen. Deze groette hem en wekte hem uit het gepeins waarin hij daar verkeerde.

Toen drong het tot Avalor door dat hij op een plaats was vanwaaruit een verdenking kon voortkomen, die Arima schade zou kunnen toebrengen maar voor hem zonder enig belang was. Hij liep hij naar zijn slaapplaats, waar hij vele dagen verbleef zonder naar het paleis terug te gaan.

copyright: Ruud Ploegmakers

Naar Hoofdstuk 65

 

(c) Ruud Ploegmakers 2017