Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 66

A-caccia-damoreAvalor kon zich niet meer inhouden en zei:
‘Vergeef me, vrouwe, ik kan u niet laten uitspreken, want ik weet niet wat U me gaat zeggen. Ik wil mijn smart ook niet beledigen met de veronderstelling dat u hem zich door mijn zwijgen toeëigent. Als U mij enigszins hoogacht, laten we hier dan niet meer over spreken.’

Zij nam zijn handen in de hare en antwoordde hem vriendelijk:
‘Ik kan niet ongezegd laten wat u moet doen, al valt het u zwaar, want dit is het verschil tussen onze vriendschap en andere: ik zie meer wat u moet doen dan wat u bevalt. Wat U me nu probeert te ontkennen, dat weten hier alle jonkvrouwen al. Hierom vergeef ik u dat u het alleen aan mij niet vertelt, want dit is uw manier om het geheim te houden of juist te laten zien. Maar wat u wilde is nog niets vergeleken met wat ik u nu wil zeggen.’

Er wordt verteld, dat zij zich hierop naar het oor van Avalor boog, en wat ze hem wel of niet heeft gezegd, is toen niet bekend geworden. Maar van wat hij enkele dagen later hierom gedaan heeft, heb ik horen zeggen, dat het onder jonkvrouwen niet mag worden besproken opdat ze hun tevredenheid niet berouwen of op zijn minst niet afgunstig op deze man worden.

Laat ik volstaan met de mededeling dat vrouwe Arima de enige was wie de schikgodinnen rechtbloemenguirlande002 in de ogen hebben gekeken, want zij was niet alleen perfect in zichzelf maar ook in wie naar haar verlangd heeft. En als het geluk enig werk had willen volbrengen of iets perfect had willen maken waarin geen oneffenheid van de twee willen of van de aardse tijd ooit een plaats kreeg, dan was het wel dat vrouwe Arima had gevoeld, dat ze op zijn minst Avalor’s gedachten had gekend.

Copyright: Ruud Ploegmakers

Naar Hoofdstuk 67

(c) Ruud Ploegmakers 2017