Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 69

hemel
“Het water was ijzig koud.
Wie kan zich daarin weren?”
Van het andere boord het antwoord:
“Niemand kan zich daarin weren.
Alleen hij die daarheen wil,
vanwaar hij niet terug kan keren”.
Zolang de dag het toestond,
hield hij het bootje in het oog,
maar dit kon niet eeuwig duren,
wat goed is gaat snel teloor.
Toen de zon geheel verdween
stroomden zijn tranen ongeremd.
Hij gaf zijn paard de vrije teugel
en het schoot schielijk vooruit.
De stilte en de rust van de nacht
vergrootten zijn smart alleen maar.
Zo moest de maat van zijn zuchten
die van de slagen der riemen zijn.
Zijn smarten vertellen zou gelijk
aan het tellen van zandkorrels zijn…

Copyright: Ruud Ploegmakers

Naar Hoofdstuk 70

(c) Ruud Ploegmakers 2017