Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 71

brandingaJaren later – op de lange duur blijft niets geheim – werd hun beider geschiedenis bekend. Het was als volgt.
Het ongeluk van Avalor, want zo noem ik het, bracht hem op die plek, waarheen vrouwe Arima gebracht was en dat is dus deze waar wij nu zijn. Boven de zee rijst een rots recht omhoog, daar kwam hij in dat kleine bootje aan land op de ochtend van de volgende dag nog voordat het daglicht was doorgebroken. Door het luide gebulder van de golven bij die hoge rots, waar de zee met woeste aanvallen brak, meende Avalor dat hij aan land moest zijn. Toen hij beter luisterde om het te bevestigen, hoorde hij tussen de rotsen door een vrouwenstem opklinken, die leek te roepen: ‘Wee mij, ach arme!’

Hiermee wist hij dat hij aan land was. Die stem heeft hem weliswaar meteen tot medelijden bewogen, maar de andere smart die hij in zich droeg hield hem op dat moment meer bezig. Hij verbeeldde zich dat dit het land was, waaruit hij vertrokken was. En uit wanhoop met zichzelf en zijn lot maakte hij zich zo goed als mogelijk klaar en nam opnieuw de riemen in zijn bebloede handen, waarop de tijdens de reis gemaakte blaren waren opengebarsten. Maar, hoe Avalor zich ook inspande, hij kon de golven, die hem naar land stuwden en die zich al voor hij het besefte van zijn boot hadden meester gemaakt, nooit overwinnen. Hij zag dit niet, omdat hij in de weer was met zichzelf en de riemen en merkte het pas toen een hoge golf hem en het bootje helemaal onder het schuim zette en op hem botste tussen een paar rotsen door, die het bootje op verschillende plekken lek sloegen.

‘God sta me bij’, riep hij.
Energiek greep hij zich stevig vast aan een paar rotsen die net boven het water uitstaken. Het water maakte een angstaanjagend geraas en verspreidde zich tussen al die rotsen. En het gedeelte dat op de hoge rots brak, stuurde zijn druppels hoog de lucht in en, vanwege de kracht of de weerspiegeling van de lucht of vanwege wat dan ook, leken ze op kaarsen. Dit duurde maar even, waarna al het water zich weer in de zee, die erop wachtte, verzamelde en vanuit de diepte opnieuw koppen kreeg en zich als het ware wapende om zich te wreken op die rotsen, omdat deze het water hinderden.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofdstuk 72.

(c) Ruud Ploegmakers 2017