Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 72

bayreuth5Maar al brak het ochtendlicht door en had Avalor licht en tijd om alles te zien en zich te verdedigen, hij deed het niet, sterker nog, hij dacht er niet eens aan. Hij wendde zijn ogen veeleer naar de wijde zee en met de helderheid van het licht kon hij ver kijken. En met zijn zicht al beneveld zou hij gezegd hebben:
‘Verzadigd door zoveel rampspoed, is er nog zoveel zee over.’
Geheel bezeten door hartstocht en met de wil om er een einde aan te maken, zag hij de golven opnieuw om zich heen, liet de rots los en zei:
‘Het lichaam is al zonder geluk. Ik wil niet dat het ook nog de weg van mijn ziel hindert’.

Aldus gaf hij zich geheel en al over aan de wateren van de zee, die gelukkigerwijs medelijden met hem hadden. Want ook in de zee, zo wordt gezegd, huizen dingen die godsdienst bewaren. Waar Avalor had gedacht te zullen sterven, stootte hij plotseling op een inham die gedeeltelijk bestond uit een deel van die rotspartij en in de verte strekte de zee zich uit. De wateren hadden zich in de zee teruggetrokken, het was eb, en hij lag lang daar op dat stuk strand en waande zich dood en dacht dat de zee niet meer bij hem zou komen.

Later, zo zegt men, heeft hij dit aan een goede vriend verteld en hij zou gezegd hebben, dat hij zich nog nooit zo tevreden had gevoeld, denkend dat hij daar liep met vrouwe Arima, die hij serene woorden hoorde spreken, die voor de eeuwigheid gezegd leken. En hij zag de bekende bewegingen van haar mond, die ooit alleen in zijn ogen de indruk van sterfelijkheid hebben gemaakt. En vandaar keek hij naar haar ogen, hoe ze zich zacht in de schaduw van haar wenkbrauwen bevonden, waarin, zo leek het, slechts de liefde rustte.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofdstuk 73

 

(c) Ruud Ploegmakers 2017