Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 73

platte steenTijdens deze heerlijke verbeelding hoorde hij echter opnieuw die andere stem met die smartelijke woorden die hij al gehoord had. En toen hij daarvoor zijn ogen opende, zag hij dat de zee alweer geheel om hem heen was en trof zichzelf levend aan. Daarom vloekte hij vele malen tegen wie afgunstig op hem was geweest vanwege zijn vredige rust. Bovendien kon hij niet bevatten, dat zijn grote ongeluk nog in staat was hem te laten leven. En kijkend naar de rotsen, vanwaar hij gekomen was, of beter vanwaar deze hem gebracht hadden, stond hij nog meer versteld, want het was ver. Aldus door deze fantasie omgeven, hoorde hij als het ware iemand in zijn oor spreken of binnenin zijn oor, die zei:

‘Weet je niet meer, Avalor, dat de zee niets doods verdraagt?’
Hij keek of hij kon ontdekken wie hem dat zei zo dicht in zijn oor. Toen hij niemand zag, hoorde hij de stem opnieuw: ‘Wat wil je van me, want je pogingen me te zien zijn tevergeefs, als ik het niet wil?’
‘Ik wilde je vragen’, zei hij, ‘wie je bent. En wat betekent dat wat je me gezegd hebt, want niet te zijn zoals jij zegt doet mij grote pijn?’
‘Weten wie ik ben’, antwoordde hij, ‘zou je alleen maar ophouden en je moet nog heel ver gaan, want je gaat verder dan je denkt. Wat ik je gezegd heb, is waar, omdat niet leven dood zijn is.’

Dit antwoord stelde Avalor zeer gerust, zodat zijn wens te weten wie dat was, zich verdubbelde en hij zei:
‘Ik smeek je bij alles wat je lief is me te zeggen wie je bent.’
‘Ik had, in de betekenis van een andere tijd’, antwoordde hij, ‘kunnen krijgen wat me lief is en ik heb het niet gewild. Maar vergeef me, als ik zou zeggen wie ik ben, zou ik de grote liefde die ik wilde en nog steeds wil, beledigen; in de staat waarin ik nu hier verkeer en waarin ik elders had moeten zijn, is er niets anders dan de beschuldiging van die vrouw, die ik niet wilde beschuldigen, ook niet door het je nu te vertellen.’
Hierop klonk een langgerekt ‘ach’, en verdween hij met de woorden:
‘Droevig is hij die slechts nog ontgoocheld kan worden’.
Door dit alles stond Avalor versteld, vooral vanwege die laatste woorden die hem veel pijn deden, want van wie ze dan ook waren, ze leken hem die van een verliefde te zijn.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofdstuk 74

(c) Ruud Ploegmakers 2017