Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 74

rose-19Toen hoorde hij opnieuw die andere gekwelde stem kermen: ‘Wee mij och arme.’ Omdat de zon al ver weg van zijn rustplaats in het oosten stond, schatte hij waar de stem vandaan kwam en besloot daarheen te gaan. Hij kwam overeind. Maar hij hield zijn ogen en zijn gedachten zo lang mogelijk op de zee gericht, totdat hij gedwongen werd zijn handen en zijn blikken te richten op de ruwe weg, die hij tussen die rotsen door zou moeten afleggen om naar de plek te kunnen gaan vanwaar hij die stem had gehoord. Onder het lopen klonk ze steeds indringender. En toen hij bij een groep hoge bomen kwam, die bovenop die hoge rots veel hoger leken, keek hij nog een keer en zag onder een oude boom een jonkvrouw met de handen vastgebonden liggen.

Ze leek van adel omdat ze de haren los had en er geheel door bedekt werd. Maar het was nog niet duidelijk of ze dat ook echt was, omdat haar gezicht onzichtbaar was. Toen hij dichter bij haar kwam, zag hij van nabij haar mooie gelaat, badend in meelijwekkende tranen waarvan de loop vanuit haar grote en groene ogen over haar wangen nog zichtbaar was. Op dit moment richtte zij haar mooie ogen tot hem op en zei:
‘Help me, heer, en zo zal wie u het meest bemint, u helpen.’
‘Dat zal ik doen, vrouwe’, antwoordde hij, ‘geheel uit goede wil.’

En bij deze woorden hief hij zijn zwaard en hieuw de dikke knoop door, waarmee haar handen vastzaten. Zij wilde opstaan maar kon uit zwakheid niet overeind blijven en stond op het punt te vallen, maar hij ondersteunde haar snel, nam haar in zijn armen en zette haar zachtjes neer in de groene weide, die onder die hoge bomen lag en van waar men de grote zee zag. Hij sneed enkele takken van die bomen, legde die boven haar hoofd en zei: ‘Ik had u graag beter gediend, vrouwe, maar u bent niet de enige ongelukkige’.

Avalor sprak deze woorden met zijn ogen alweer op de zee gericht, die men in de verte kon zien en aan haar ogen kon onmogelijk de indruk ontsnappen dat hij een heer was, want herinneringen aan elders legden dit air over hem heen. Zodoende besefte de jonkvrouw, dat hij verliefd moest zijn. Ze putte hoop uit wat ze bij zichzelf al gedacht had, want al snel leek hij haar een ridder toe, al had hij dan geen wapens of paard bij zich en zei hem: ‘Al waren mijn smarten zo groot, dat ik niet eens plaats had om maar te denken aan een middel ertegen, toch put ik goede hoop uit uw komst hier en wil ervan profiteren, want het was net op tijd. Als u even later gekomen was, had u me niets meer kunnen betekenen.’ En aan deze woorden voegde ze in tranen badend toe: ‘Maar ik, och arme, was ik maar dood en ver weg van zo’n groot verdriet.’Dürerhond

Toen zweeg ze hevig huilend. Al moest Avalor zichzelf ertoe zetten, hij ging naar haar toe en zei: ‘Wees zo genadig, vrouwe, en laat uw tranen achterwege, als u enige dienst van me nodig hebt. Door het verdriet dat ik lijd, heb ik geleerd de droevigen te hulp te komen. Daarom hebt u van mij niets anders nodig dan mijn ongeluk.’
Na deze woorden spande zij zich zeer in om ondanks de uitputting een antwoord te formuleren, voorzover ze kon: ‘Dankbaar ontvang ik uw gift die ik goed kan gebruiken voor de pijn die me door grote rampen overkomen is’.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofdstuk 75.

(c) Ruud Ploegmakers 2017