Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 75

Courtly_scenes_Louvre_MRR197Ze slaakte een zucht en wilde verder praten, maar Avalor zag dat ze erg vermoeid was en nauwelijks nog adem kon halen en vroeg haar even uit te rusten. Dat deed zij. En zij keek in de tussentijd naar Avalor en zag dat ook hij bedroefd was, weliswaar niet meer dan zij zoeven was geweest, maar bij hem leek er meer ergernis bij te zitten. En dat was ook zo, want toen hij dacht aan de onderneming waarmee hij gekomen was, speet het hem, dat hij in deze toestand haar zijn diensten had aangeboden. Toen ze hem zo zag, kon ze zich er niet van weerhouden hem te vragen, waarom hij er zo aan toe was. Hij zei haar niet wat hij echt dacht en antwoordde dat hij zich afvroeg welk land dit was waarin hij zich bevond, want, toen hij van verre op haar kreten te hulp was gesneld, was ook hijzelf pas net hier aangekomen. Toen ze het hem zei, geloofde hij haar want vanuit die hoogte zag hij goed, dat ze zich op het vasteland bevonden. Hierom en gedwongen door de weemoedige wens vrouwe Arima te zien, richtte hij zich opnieuw tot de jonkvrouw om te zien of hij de tijd, dat zij hem zou hinderen, kon verkorten en sprak aldus tot haar:

‘U verkeert in vreselijke smarten, vrouwe, en ik wil u niet nog meer pijn doen, maar toch zou ik het op prijs stellen, als u me van uw smart vertelde. Aldus zouden we de tijd voor uw hulp en misschien wel voor die van ons allebei kunnen bekorten.’

Zij uitte haar eindeloze dank en zei hem:

‘Ik zal u, heer, van mijn ongelukkig wedervaren vertellen, want dat is voor wat u voor mij hebt te doen erg nuttig. Als mijn verlangen gerechtigd is, zal het immers de inspanning van wie het koestert, helpen. Maar ik zal het kort houden, want voor ons beide zal dat, zoals u zegt, een opluchting zijn. Vlakbij een grote rivier, die naar men zegt in een streek van Aragon ontspringt, ben ik geboren in een kasteel, dat van alle kanten vanwaar men het zien kan, heerst over al wat het ziet. Ik werd grootgebracht met dezelfde hoge verwachtingen waarmee mijn andere zusters werden grootgebracht en van hen alle was ik de jongste en niet de minst mooie en ik werd uitverkozen om Diana, de godin van de kuisheid, te dienen in deze hoge bergen, waar zij met alle eerbied door nimfen bewaakt wordt. Maar door te doen wat je niet wilt, beledig je blijkbaar  een of andere God, want vervolgens komt er altijd wat tussen jou en wat je wel wilt.

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar Hoofdstuk 76

(c) Ruud Ploegmakers 2017