Vertalingen uit het Portugees

Hoofdstuk 8

DSC_0151‘Ik zeg dit, vrouwe, want toen uw hart een zucht slaakte en u dat voor mij zo goed als u kon wilde verhelen, kreeg ik het vermoeden, dat uw verstand door een grote redeloosheid belaagd wordt. Want voor uw leeftijd bent u erg eenzaam. Hadden de mannen er maar geen gewoonte van gemaakt jonge vrouwen te kwetsen, dan zouden gevoelens kunnen bestaan. Maar wie wordt nog geraakt door waar hij aan gewend is? Ik kan u veel vertellen, al is onze kennismaking nog maar kort, want ik ben ouder dan u en het gaat om een waarheid, die geen uitstel duldt zoals andere zaken. Hoeveel jonge vrouwen zijn al niet door de aarde verzwolgen vanwege de eenzaamheid hen aangedaan door een ridder, die elders door de aarde ook wordt verzwolgen door eenzaamheid? De verhalenboeken staan vol van jonge vrouwen die weenden vanwege ridders die vertrokken en hun paarden zelfs de sporen moesten geven, omdat deze niet zo liefdeloos waren als zij! In dit verhaal komen niet alleen de twee vrienden voor wier verhaal ik u eerder al beloofde. Maar volgens mij heeft slechts in deze twee het geloof zich opgesloten dat in alle andere verloren is gegaan, waardoor het, geloof ik, gekomen is dat anderen bevolen hebben dat ze verraderlijk werden gedood vanwege hun betere voorkomen. Het kwaad heeft niet alleen afschuw van het goede gehad, maar was er op uit het te verbergen. Want, toen mijn vader vertelde van de achterbaksheid waarmee de valse ridders de twee vrienden hebben gedood, zei hij dat hij er liever nooit van gehoord had, zodat hij er geen weet van had gehad. In de tijd dat hij leefde bestonden immers ware ridders als die twee niet meer.

Maar was hun beider dood al erg, nog erger was de dood van de twee droevige meisjes. Het ongeluk bracht hen zo grote smart, dat het niet alleen de twee vrienden heeft gepast vanwege hen de dood te kiezen, maar ook henzelf. De twee vrienden hebben in hun daden ten opzichte van de meisjes en van zichzelf volbracht, waartoe eenieder gehouden was die de ridderlijkheid hoog hield. Omdat de meisjes een gelofte ten opzichte van de twee ridders waarmaakten, verdienen ze volgens mij meer achting, want zij zouden dit voor anderen niet gedaan hebben, terwijl de twee ridders dit voor andere meisjes ook zouden hebben moeten doen. Zo is het: men moet meer treuren om de dood van mensen die meer dan hun plicht deden. Ik daarentegen heb evenveel verdriet zowel om de eerste twee als om de andere twee. De meisjes, omdat ze vrouwen waren, de ridders, omdat ze niet als de andere mannen waren. Dit zeg ik tegen u en mezelf, want mijn zoon was ook een man’.

DSC00032

 

Copyright: Ruud Ploegmakers
Naar hoofdstuk 9

 

(c) Ruud Ploegmakers 2017